Secretariaat en correspondentieadres: Bruno Verhavert
Zandstraat 117 - 2980 ZOERSEL
tel.  03/ 2980 854
E-post:
heemkundige.kring.zoersel@zoersel.be
Heemkundige Kring Zoersel vzw
GESCHIEDENIS  HALLE



























aan een ketting in de hof van de pastorij.

In de volksmond werd het dorp wel eens ’s Gravenhalle of Magerhalle genoemd. Ook Magerhalle verwijst naar de schraalheid van de zandbodem.

Van de drie deelgemeenten van Zoersel is Halle zeer waarschijnlijk de oudste nederzetting.
Verschillende elementen wijzen in die richting:

- Nog verder te onderzoeken aanwijzingen over het verste verleden van Halle zijn een paar archeologische vondsten (zelfs de enige in de drie deelgemeenten): scherven en een silexpijlpunt, vermoedelijk uit de ijzertijd (700 voor Christus tot het begin van onze jaartelling).

- Een volgende aanwijzing is de oudste vermelding over Halle uit 1181, jaren voor het oudste geschrift over Zoersel (1240) en zelfs drie eeuwen eerder dan de eerste vermelding over Sint-Antonius (1443). Uit dat document van 1181 blijkt dat destijds in Halle zelfs een Hof ter Dilft (cijnshof voor grondbelastingen aan de lokale heer) was.

- Een andere aanwijzing over het lokale belang van Halle is dat het als enige van de drie nederzettingen een aparte heerlijkheid was.

- Dat Halle reeds in 1271 een zelfstandige parochie werd, opnieuw veel vroeger dan Zoersel (1441) en Sint-Antonius (1842), wijst dan weer op het belang van dit dorp op kerkelijk vlak. Halle was zelfs een hoofdparochie voor naburige kerken.

- Uit de oudste volkstellingen blijkt tenslotte dat Halle de grootste bevolking telde van de drie dorpjes.
Met zekerheid concluderen dat Halle het oudste van de drie dorpen is kan men niet.
Maar in ieder geval was Halle wel het belangrijkste dorp.

Halle is mogelijk opgebouwd rond een Frankische herenhoeve, vermoedelijk in de 9ste eeuw.  Oorspronkelijk liep de Romeinse weg van Bavai naar Utrecht door het dorp. Op bestuurlijk vlak is Halle een oude heerlijkheid, reeds in 1181 was er sprake van de heren van Halle.

De oudste benaming “Halu”, voor het eerst vermeld in 1181, zou “groot gebouw” betekenen.
Ook vestiging op hoge zandgrond?

De spotnaam voor de Hallenaars is "pieren",omdat de legende wil dat de grond zo onvruchtbaar was dat in Halle zelfs geen pieren waren te vinden. Toen iemand toch een pier vond, legde men het onbekende beestje volgens de legende,

DE KERK VAN HALLE

Oorspronkelijk
had de abdij van Eename het benoemingsrecht in de Sint-Martinusparochie van Halle. Maar in 1318 kocht de Sint-Michielsabdij van Antwerpen de goederen van de abdij van Eename. In dezelfde periode werd in Halle een bescheiden bidplaats opgetrokken. Rond de jaren 1500 werd er een grotere kapel tegenaan gebouwd. Pas in 1730 werd de scheidingsmuur weggebroken. In 1846 werden twee zijbeuken aangebouwd.

In 1912 kreeg Halle een volledig nieuwe Sint-Martinuskerk: het volledige schip werd afgebroken en heropgebouwd. De toren van de oude kerk daarentegen bleef bewaard en werd een jaar later geklasseerd.

Nadien werden nog weinig verbouwingen uitgevoerd. Het Belgisch leger dynamiteerde de spits van de kerktoren bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Maar de toren werd in 1925 in zijn oude glorie hersteld.
Kerk St. Martinus